Deze prachtige cichlide werd in 1957 door een collega van Marlier, nl. J.Dubois langs de kuststrook van Bemba ontdekt.
Op een diepte van 3 tot 12 m werd hij er samen gevonden met de oranje T.Moori - variateit.
Daar men nog nooit twee T.Moori-variateiten samen aangetroffen had, dacht men mogelijks een nieuwe soort te hebben ontdekt.
Tropheus Duboisi laat zich echter op een paar verscheidene gebieden van de Moori's onderscheiden :
- ze leven steeds op de grootste diepten (12m); alleen de jongen zwemmen in zeer ondiep water
- het kleurenpatroon van de jongen is totaal verschillend als dat van andere T. soorten
- ook de lichaamsbouw ( zoals de stand van de ogen en de bek) toont enkele kleine verschillen
Verder vertonen ze ook verschillen in zake gedrag en temperament.
Terwijl de T. Moori in grote of kleine groepen vertoeft, leeft de T. Duboisi solitair of paarsgewijs.
De T. Duboisi is daarenboven vreedzamer dan de andere soorten.
Overigens is hij geen zo'n snelle zwemmer.
De jongen van T. duboisi vertonen een prachtig kleurenpatroon.
Op een blauwzwarte ondergrond stralen vele blauwwitte puntjes die zowel in horizontale als in verticale rijen zijn gerangschikt. 
Vanaf het moment dat de kroost voor het eerst de bek van de moeder verlaat, vertonen ze dit prachtig kleurenkleed.
Naarmate de jongen ouder worden verdwijnen de licht gekleurde punten, eerst van de buik en later van de kop en de rug.
Gelijktijdig wordt een scherp afgetekende witte gordelband om het lichaam heen gevormd.
Deze gordel ontstaat in de regel het vroegst bij de mannetjes.
Terwijl bij de vrouwtjes nog een lange tijd nadat de band gevormd is enkele lichte vlekken op de rug zichtbaar blijven.
In deze periode wordt ook de blauwachtige, op was gelijkende huid op de kop gevormd .
In de streek nabij Maswa wordt een variateit aangetroffen die een gele band vertoont. Deze fraaie en levendige vis komt in een rotsaquarium geheel tot zijn recht.
Daar de T. Duboisi zich hoofdzakelijk met algen voedt, moet men er ook voor zorgen dat die algen er ruimschoots aanwezig zijn.
Men kan dit onder andere doen door een steen in een natte plastiek zak te stoppen en hem in de zon te leggen.
Na enkele dagen zal de steen geheel begroeid zijn met algen.
De vissen zullen dit aanbod aan algen ten zeerste op prijs stellen.
Nu treft men in de handel ook algenvoer in gedroogde vorm aan.
Ze nemen echter ook gretig ander voedsel aan zoals: mysis, artemia (zeer goed, bij voorkeur levend aanbieden). Vettig voedsel zoals regenwormen is uit den boze.
Het darmkanaal van deze cichliden is hiervoor niet gebouwd.
Tot slot dienen we nog te vermelden dat T.Duboisi gerust bij andere Tanganjikacichliden gehuisvest kan worden in een zelfde aquarium.
Met dank aan Marc Plyson - Skalaar Torhout
Vormgeving Aquarianen Gent
